Het Interview | Ann Ceuppens

‘Beduidend meer jongens dan meisjes worden gehospitaliseerd’

Uit een studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen (MLOZ) blijkt dat bijna 10% van de Belgische kinderen tot achttien jaar minstens één keer gehospitaliseerd werd in 2015-2016. Vooral jonge kinderen en adolescenten belanden relatief vaak in het ziekenhuis. Dat blijkt uit de terugbetalingsgegevens van MLOZ, dat een marktaandeel heeft van ongeveer 20%.

“Pasgeborenen overnachten daarbij vaker in het ziekenhuis dan oudere kinderen, die eerder opgenomen worden in daghospitalisatie”, zegt dokter Ann Ceuppens, die de studiedienst van MLOZ leidt. “Chirurgische ingrepen komen vooral voor bij kleuters tussen de een en vijf jaar en bij tieners (dertien- tot achttienjarigen). Bij jonge kinderen komen daarbij vooral neus-, keel- en oor- en urologische interventies voor, terwijl bij tieners vooral stomatologische en orthopedische ingrepen plaatsvinden.”

Er worden beduidend meer jongens gehospitaliseerd dan meisjes: 10,4% van alle jongens werd gehospitaliseerd en slechts 8,8% van de meisjes. “Het verschil in hospitalisaties is vooral opmerkelijk bij jonge kinderen: 18,4% van de jongens jonger dan vijf jaar oud werd gehospitaliseerd tegenover slechts 12,8% van de meisjes. In alle Europese landen buiten IJsland worden tot de leeftijd van vijf jaar jongens meer gehospitaliseerd dan meisjes. Pasgeboren meisjes zijn van nature uit sterker gewapend tegen (overdraagbare) ziektes dan jongens en hebben minder kans op perinatale complicaties.” 

Bij dertien- tot achttienjarigen wordt 10,1% van de meisjes gehospitaliseerd, tegenover 9,0% van de jongens, ook al zijn er nog steeds meer heelkundige ingrepen bij jongens op deze leeftijd. In Europa worden enkel in Cyprus, Luxemburg en Zwitserland meer jongens dan meisjes per duizend personen opgenomen bij vijftien- tot negentienjarigen.

Zowel bij meisjes (52,6%) als jongens (56,5%) vindt er een heelkundige ingreep plaats bij meer dan de helft van de hospitalisaties. “Tot de leeftijd van vijf jaar vindt 64% van alle heelkundige ingrepen plaats bij jongens, met een grote meerderheid voor zowel neus, keel en oor, bij urologische ingrepen als bij oogheelkundige ingrepen. Vanaf dertien jaar komen zowel orthopedische als urologische ingrepen nog altijd vooral voor bij jongens maar zijn er meer meisjes met een KNO-ingreep. In totaal vindt 57,9% van de heelkundige hospitalisaties plaats bij jongens. We stellen ook vast dat lichtjes meer jongens dan meisjes een medische hospitalisatie ondergaan: 4,3% vergeleken met 4,0%. Het verschil is hier vooral groot voor de kinderen jonger dan een jaar: 21,6% vergeleken met 18,6%. Vanaf veertien jaar worden er meer meisjes dan jongens gehospitaliseerd om medische redenen (zonder ingreep).”

Van de hospitalisaties met minstens een overnachting vindt 54,6% plaats bij jongens. “Onze gegevens tonen verder ook dat klassieke hospitalisaties 50,2% van de hospitalisaties bij meisjes uitmaken en slechts 47,1% bij jongens.” De gemiddelde verblijfsduur in het ziekenhuis bedraagt 3,3 dagen, met slechts weinig verschil tussen de leeftijdsgroepen. “Heelkundige ingrepen hangen sterk af van de leeftijd van kinderen. Zo is urologie het meest voorkomend bij een- en tweejarigen, KNO-ingrepen vooral bij kinderen tussen drie en zes en stomatologie en orthopedie vooral bij dertien- tot achttienjarigen.”

Regionale verschillen
De studie toont ook regionale verschillen aan, vooral bij hospitalisaties met chirurgische interventie en bij daghospitalisaties. “In Vlaanderen worden in vergelijking meer kinderen gehospitaliseerd dan in Wallonië of Brussel. Dat is in elke leeftijdscategorie zo. De grootste verschillen doen zich voor bij kinderen jonger dan vier jaar en adolescenten van zestien tot achttien jaar. In totaal wordt in Vlaanderen 10,5% van de kinderen gehospitaliseerd, in Wallonië 9,2% en in Brussel 8,3%. Helaas beschikken we niet over de medische diagnoses.”

In Vlaanderen vonden in 2015-2016 heelkundige ingrepen plaats bij 57,3% van alle hospitalisaties. In Wallonië (52,6%) en Brussel (50,6%) ligt dit percentage lager. “Dit resulteert in 75,8 heelkundige ingrepen per duizend kinderen in Vlaanderen en slechts 59,8/1.000 in Wallonië en 52,7/1.000 in Brussel. Voor de medische hospitalisaties vinden we resultaten die dichter bij elkaar liggen: 51,4/1.000 (Brussel), 52,6/1.000 (Waals gewest) en 56,5/1.000 (Vlaams gewest). Dit bevestigt dat de regionale verschillen vooral te wijten zijn aan hospitalisaties met heelkundige ingrepen.”

In 2015-2016 vormden daghospitalisaties een groter deel van het totale aantal hospitalisaties in Vlaanderen (55,1%) dan in Brussel (50,1%) en Wallonië (47,1%). Vlaanderen en Wallonië telden 59,5 klassieke hospitalisaties per duizend kinderen, Brussel 51,9/1.000.

Sociale achtergrond weegt door
Het VT-statuut (voor verhoogde financiële tegemoetkomingen van sociaaleconomisch kwetsbare huishoudens) zorgt voor tot 36% meer en langere hospitalisaties bij kinderen en de impact is vooral zichtbaar voor kinderen jonger dan zeven jaar. Voor oudere kinderen vermindert de impact maar deze verdwijnt nooit helemaal. “Deze groepen zijn ook op medisch vlak kwetsbaarder. We vermoeden ook dat artsen deze kinderen uit voorzorg sneller hospitaliseren, bijvoorbeeld wanneer ze merken dat hun ouders de aanbevelingen niet helemaal begrijpen of wanneer de opvang thuis niet kan gebeuren in ideale omstandigheden.”

Alternatieven voor klassieke hospitalisatie
“Indien de medische en organisatorische context het toelaten, kunnen er alternatieven voor een klassieke ziekenhuisopname worden overwogen, zoals dagopname, observatie-units of zelfs thuishospitalisaties. Overigens stelt het eerste artikel van het Europese Handvest van de Rechten van de Gehospitaliseerde Kinderen dat kinderen niet in een ziekenhuis worden opgenomen als de zorg die zij nodig hebben thuis, in dagbehandeling of poliklinisch kan worden verleend.”

Ann Ceuppens
Dokter in de geneeskunde, chirurg & master in de ziekenhuiswetenschappen

Directrice vertegenwoordiging & studies, Onafhankelijke Ziekenfondsen
Werkt sinds 1997 voor de Onafhankelijke Ziekenfondsen
Sinds 2015 als directeur vertegenwoordiging en studies

Tekst: Koen Mortelmans   Beeld: VLOZ