Dagprijzenbeleid
02:58
23-03-2018

Dagprijzenbeleid Vlaamse woonzorgcentra gewikt en gewogen

Jozef Pacolet en Jo Vandeurzen

In 2014 nam Vlaanderen de bevoegdheid over de dagprijs in woonzorgcentra over van de federale regering. Sindsdien zijn de regelgeving en controles op verhogingen van de dagprijs explicieter gesteld. Op vraag van het agentschap Zorg en Gezondheid hebben het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving en het Leuvens Instituut voor Gezondheidsbeleid van de KU Leuven het Vlaamse prijsmonitoring- en prijscontrolesysteem geëvalueerd.

“De Vlaamse overheid voert een strategie op vier sporen om de financiële toegankelijkheid van de woonzorgcentra te sturen: een toegelaten jaarlijkse indexering, de verplichte motivatie voor een prijswijziging van een bestaande dienstverlening met plafonds voor bestaande bewoners, een verantwoorde prijszetting voor nieuwe woongelegenheden in bestaande voorzieningen en, alleen voor volledig nieuwe voorzieningen, een vrije prijszetting”, aldus Vlaams minister van welzijn Jo Vandeurzen (CD&V).

“De stijging van de dagprijzen valt voor meer dan de helft te verklaren door de algemene stijging van de levensduurte of inflatie en verder door de hogere dagprijzen in nieuwe of verbouwde woongelegenheden”, zegt Vandeurzen. “Tussen deze meting en die van vorig jaar zijn er meer dan 2.400 nieuwe woongelegenheden bijgekomen in volledig nieuwe woonzorgcentra of bij uitbreidingen. In een volledig nieuwe voorziening is de goedgekeurde dagprijs gemiddeld hoger. De dagprijs neemt toe in bestaande voorzieningen door investeringen in renovaties, vervangingsnieuwbouw en capaciteitsuitbreiding. Tegenover een prijsstijging staat bijna altijd een investering in nieuwe en betere infrastructuur met meer woonoppervlakte en dus meer woonkwaliteit. We stellen ook vast dat de openbare en sommige social profit woonzorgcentra soms nog een lage dagprijs hadden en nu evolueren naar meer marktconforme prijzen. Ze blijven gemiddeld goedkoper dan de for profit woonzorgcentra.”

“De nieuwste gegevens bevestigen de recente sterkere stijging van de dagprijs, bovenop de inflatie”, zegt professor Jozef Pacolet, die het onderzoek leidde. “Er gaat veel publiek geld naar de woonzorgcentra. De dagprijs is ook een belangrijke kost voor de bewoners. Om beide redenen moeten we de evolutie ervan nauwkeurig monitoren en controleren. Ondanks de volgehouden stijging van de publieke financiering, stellen we vast dat de laatste jaren de dagprijs sneller stijgt dan in het verleden. Die dagprijs stijgt samen met de inflatie maar ook in reële termen, onder meer via de toenemende eisen voor de woonkwaliteit. Hoewel we dit met voorzichtigheid moeten benaderen, merken we dat de gegevens van de gemiddelde dagprijzen in het verleden, vóór de staatshervorming, niet accuraat werden bijgehouden en op een andere wijze werden berekend. De overheid heeft de plicht om in een goed uitgebouwde sociale verzekering te voorzien voor het risico van de langdurige zorg.”

Dagprijzenbeleid
Jo Vandeurzen (59 jaar)
Master in de rechten
Belgisch minister van Justitie (2007-2008)
Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin sinds 2009
(beeld: kabinet minister Jo Vandeurzen)

Dagprijs in bedwang houden
Naast het dagprijzenbeleid is het belangrijk om – in het kader van de betaalbaarheid van de woonzorgcentra – een meersporenbeleid te voeren. Zo is er de Vlaamse sociale bescherming die ertoe bijdraagt dat de bewoner van een woonzorgcentrum kan rekenen op de zorgverzekering, de tegemoetkoming hulp aan bejaarden en/of het basisondersteuningsbudget”, merkt Vandeurzen op.

“Daarnaast is er de stapsgewijze betere financiering van de toenemende zorgzwaarte. Zo heeft de Vlaamse Regering voor het jaar 2016 voor 1.226 bewoners van woonzorgcentra gezorgd voor een hogere financiering van de zorgkost, via de zogenaamde RVT-erkenning. Dezelfde uitbreiding is er voor 2017. Ook in 2018 en 2019 voorzien we een uitbreiding van het aantal RVT-erkenningen.” De studie stelt dat prijsmonitoring en -controle wenselijk en noodzakelijk zijn en suggereert een aantal verbeterpunten, zoals uitbreiding van de prijscontroles naar nieuwe woongelegenheden en het systematisch opnemen van het aantal vierkante meter van de woongelegenheid als indicator voor een verbetering van de woonkwaliteit die een prijsverhoging kan motiveren, aldus de minister. “We zullen ook de jaarlijkse monitoring van de dagprijzen handhaven. Deze monitoring zal ons in staat stellen om de effecten van beleidsmaatregelen op het vlak van betaalbaarheid met de vinger aan de pols op te volgen.”

Infrastructuurforfait
“Controle mag niet ons enige instrument zijn om de ouderenzorg betaalbaar te houden”, onderstreept Vandeurzen. Daarom voerde hij een bijkomend instrument in voor het dagprijzenbeleid voor nieuwe en vernieuwde woongelegenheden: het infrastructuurforfait. Hierbij kunnen alle woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in geval van nieuwbouw, uitbreiding of vervangingsnieuwbouw aanspraak maken op een forfaitair bedrag van 5 euro per verblijfsdag per bewoner. “De voorzieningen die hiervoor kiezen, zullen hun bewoners dan een korting van 5 euro per dag toekennen. Het infrastructuurforfait treedt sinds 1 januari 2018 stapsgewijs in werking bij voorzieningen die aan de infrastructuurvoorwaarden voldoen en dit forfait aanvroegen. Op dit ogenblik is er al voor 13.000 woongelegenheden een infrastructuurforfait aangevraagd.”

Rechtvaardige samenleving
“Gezondheidszorg wordt als een ‘merit-good’ beschouwd. Ouderenzorg is daarmee perfect vergelijkbaar en zelfs als een ‘groot risico’ te beschouwen”, legt Pacolet uit. “Een goed dat in een rechtvaardige samenleving niet op basis van de betalingsbereidheid of betalingsmogelijkheid van consumenten wordt verdeeld, maar op basis van noodzaak en behoefte. Een samenleving die sociale rechtvaardigheid en gelijkheid van kansen hoog in het vaandel draagt moet zijn burgers gezondheidszorg aanbieden om ervoor te zorgen dat iedereen een eerlijke, gelijke kans krijgt op het speelveld van het maatschappelijke leven, zelfs al beschikt men zelf niet over de nodige middelen. Onderwijs en gezondheidszorg zijn essentiële mechanismen om ongelijke startposities voor een participatie – ten gevolge van sociale achtergrond maar ook fysieke constitutie – zoveel mogelijk te compenseren.”

Tekst: Koen Mortelmans
Uitgelichte foto:
Jozef Pacolet (66 jaar)
Doctor in de economische wetenschappen
Professor-emeritus KU Leuven
(beeld: Rob Stevens / KU Leuven)

Bouwen aan de Zorg partners

WZC Sint-AugustinusWandstickers