Woonzorgdecreet
05:58
25-04-2018

Voorontwerp nieuw woonzorgdecreet goedgekeurd

De Vlaamse Regering gaf op vrijdag 20 april haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet over woonzorg. Het bestaande woonzorgdecreet was na bijna 10 jaar aan een actualisering toe. De bevoegdheidsoverdrachten die gepaard gaan met de zesde staathervorming (2014), de demografische evolutie, de veranderende samenleving en inzichten uit de ervaring en de praktijk, zetten aan tot een bijsturing. In nauw overleg met de sector ging in 2015 een intensief actualiseringstraject van start.

Het decreet regelt de erkenning van woonzorgvoorzieningen en verenigingen en hun subsidiëring, voor zover deze niet geregeld is via het decreet Vlaamse sociale Raadpleeg de volledige teksten hier: Woonzorgdecreet en Memorie van toelichting.

De structuur van het vernieuwde voorontwerpdecreet ziet er iets anders uit dan die van het decreet in 2009. In het huidige decreet is het dienstencentrum nog een thuiszorgvoorziening, in het nieuwe voorontwerpdecreet staat het lokaal dienstencentrum vooraan in het zorgcontinuüm. Aan de thuiszorgvoorzieningen van het voorontwerpdecreet worden ook de dagverzorgingcentra, de centra voor kortverblijf en de centra herstelverblijf toegevoegd. Een aantal woonzorgvoorzieningen zijn niet langer weerhouden in dit voorontwerp van decreet. Het gaat concreet om de regionale dienstencentra (RDC), de diensten voor logistieke hulp en de woonzorgnetwerken. Deze keuze is gemaakt met het oog op een vereenvoudiging in de structuren enerzijds , en een meer geïntegreerd aanbod anderzijds .

Lokale dienstencentra
Het lokaal dienstencentrum is een van de woonzorgvoorzieningen die bij deze herziening de grootste wijziging ondergaat. De nadruk verschuift van verplichte activiteiten naar buurtgerichte opdrachten. De lokale dienstencentra richten zich prioritair naar ouderen, mantelzorgers en kwetsbare personen. Lokale dienstencentra vormen een kernactor binnen de zorgzame buurt. Het dienstencentrum speelt een belangrijke rol in het versterken van de sociale cohesie in de buurt. Het accent ligt minder op het aanbieden van informatieve, vormende en recreatieve activiteiten en meer op het stimuleren van de sociale cohesie in de buurt. Activiteiten zijn daarbij een hefboom om de doelstelling waar te maken en een aantal opdrachten in de buurt te realiseren, in nauwe samenspraak met de gebruikers, buurtbewoners, lokale verenigingen en organisaties. Dit zal zowel binnen de eigen infrastructuur van het lokaal dienstencentrum kunnen als op andere locaties of in gedecentraliseerde antennes. Ook dit is een belangrijke wijziging t.o.v. het huidige decreet. Elk lokaal dienstencentrum is uniek en de dienstverlening moet aangepast zijn aan de context van de buurt. Verscheidenheid van de invullingen van de opdracht is net de kracht van de dienstencentra en wijst op de goede inbedding in de buurt. Hierbij is het lokaal sociaal beleidsplan mee richtinggevend. Het lokaal dienstencentrum geeft input in functie van de inhoud van het plan en draagt bij tot de uitvoering ervan. Overleg en co-creatie met lokaal actieve verenigingen en organisaties zijn hieraan inherent.

Het bepalen van de draagwijdte en prioritering van de opdrachten gebeurt op maat, rekening houdend met de slagkracht van het lokaal dienstencentrum. Hiervoor wordt een buurtanalyse gemaakt die zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens bevat over de buurt, de bewoners, de actoren, de beleving, sterktes en hiaten. Daarvoor kan geput worden uit analyses in het kader van de zorgzame buurt of het lokaal sociaal beleid, mits voldoende wordt toegespitst op de aspecten die belangrijk zijn voor het vervullen van de specifieke opdrachten. De buurtanalyse vormt de basis voor het meerjarenplan.

Diensten gezinszorg
De  opdrachten van een dienst gezinszorg blijven grotendeels dezelfde. Eén van de belangrijkste wijziging is al meteen  dat dit voorontwerp van decreet spreekt niet langer over “diensten gezinszorg en aanvullende thuiszorg” maar over “diensten voor gezinszorg”. De huidige aanvullende thuiszorg, dat schoonmaakhulp, oppas en karweihulp omvat, wordt als logistieke zorg en ondersteuning geïntegreerd binnen de gezinszorg.  Er komt bijgevolg één aanbod gezinszorg. Op basis van geformuleerde zorg- en ondersteuningsdoelstellingen bepaalt de dienst zelf om een polyvalent verzorgende of een logistiek medewerker in te zetten. Deze doelstellingen bespreekt de dienst samen met de cliënt. Logistieke medewerkers zullen in elk geval geen zorgtaken kunnen uitvoeren. Aanvullende thuiszorg vormt een onderdeel van de geïntegreerde zorg voor zorgbehoevenden.

De één-op-éénrelatie van gezinszorg wordt uitgebreid. De dienst voor gezinszorg kan hulp aan huis aanbieden bij een individuele gebruiker maar ook buitenshuis onder de vorm van collectieve gezinszorg. De één op één relatie wordt dus uitgebreid naar zorg en ondersteuning die gelijktijdig aan meerdere gebruikers wordt geboden. Gezinszorg moet mogelijk zijn in vernieuwde zorgconcepten en moet aansluiting vinden bij nieuwe samenlevingsvormen. Het aanbod van collectieve dagopvang, wat vandaag al mogelijk is en gekend onder de term CADO’s of dagverzorging conform artikel 51, past binnen deze verruiming en blijft behouden.

De diensten voor gezinszorg moeten nog meer inzetten op flexibel werken: één van de algemene werkingsprincipes blijft dat de zorg moet aangepast zijn naar tijdstip, plaats, duur en intensiteit op de behoeften van de gebruiker en mantelzorger. Dit betekent zorg op maat en voldoende flexibiliteit tot de personeelsinzet.

Diensten logistieke hulp
Door de integratie van aanvullende thuiszorg in gezinszorg, worden de diensten logistieke hulp niet weerhouden in het nieuwe voorontwerpdecreet. Voor hen, zowel voor de 28 erkende als voor de aangemelde diensten, komt er een overgangsmaatregel. Niet-aangemelde diensten logistieke hulp georganiseerd vanuit de lokale besturen (poetsdiensten) kunnen zich in de loop van 2018 nog aanmelden zodat ze ook gevat zijn in de overgangsbepalingen. Diensten logistieke hulp of poetsdiensten die zelf geen gezinszorg organiseren kunnen via een samenwerkingsovereenkomst met een dienst gezinszorg hulp aanbieden binnen het erkende kader van het woonzorgdecreet. De VVSG zal dit verder opvolgen en de diensten logistieke hulp en de poetsdiensten van de OCMW’s tijdig inlichten over de volgende stappen.

Centra voor dagverzorging
De centra voor dagverzorging worden toegevoegd aan de thuiszorgvoorzieningen. Centra voor dagverzorging moeten er voor zorgen dat mensen langer in hun natuurlijk thuismilieu kunnen vertoeven.  Net zoals in het woonzorgdecreet van 2009, blijven ook in het voorontwerp van decreet de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang, uitgebaat door een dienst voor gezinszorg, op dezelfde leest geschoeid: collectieve zorg tijdens de dag, begeleiding bij ADL-functies, dagbesteding, enz. De belangrijkste verschillen zitten in de doelgroep en de omkadering. Het centrum voor dagverzorging richt zich op gebruikers met een intensievere zorg en ondersteuningsvraag. Een multidisciplinair team, met o.a. verpleegkundige en paramedische medewerkers, moet de gespecialiseerde zorg op maat organiseren. De VVSG pleit ervoor dat met de uitbreiding van de opdrachten van het vroegere dagverzorgingscentrum, ook de financiering voor de opvang van zwaar zorgbehoevende gebruikers volgt. Vandaag krijgen de CVD immers niet altijd voor alle gebruikers een forfait voor dagverzorging van zwaar zorgbehoevende gebruikers (F-forfait).

Centra voor kortverblijf
Net zoals de centra voor dagverzorging worden de centra voor kortverblijf in het voorontwerp van decreet beschouwd als thuiszorgvoorzieningen. Een opname in een centrum voor kortverblijf is immers een tijdelijke opvangvorm, voor gebruikers die na een korte periode in kortverblijf terugkeren naar hun natuurlijk thuismilieu. De basisopdrachten van de centra voor kortverblijf blijven grotendeels hetzelfde: respijtzorg. Wat nieuw is, is de opsplitsing in drie types kortverblijf.

Type 1: Respijtzorg voor ouderen met een zorg- en ondersteuningsvraag
Dit type omvat de centra voor kortverblijf zoals we ze vandaag doorgaans kennen. Deze centra beogen voornamelijk geplande respijtzorg, bv. omdat mantelzorg tijdelijk niet mogelijk is. In type 1 zal een bijkomende erkenning als oriënterend kortverblijf mogelijk zijn. Tijdens een oriënterend kortverblijf wordt de zorg- en ondersteuning in de thuiscontext georganiseerd (bv. na ziekenhuisopname), herbekeken, geoptimaliseerd (bv. wanneer de thuiszorg niet meer overeenstemt de zorg- en ondersteuningsvragen van de gebruiker). De financiering voor deze bijkomende erkenning wordt geregeld binnen de Vlaamse Sociale Bescherming.

Type 2: Respijtzorg voor andere specifieke doelgroepen

Type 2 centra voor kortverblijf zijn eerder kleinschalige centra (max. 5 personen op jaarbasis), en richten zich op doelgroepen zoals personen met jongdementie, en personen in een palliatieve thuiszorgsituatie. Respijtzorg, vanuit de specifieke noden en behoeften van de doelgroepen, is de belangrijkste doelstelling.

Type 3: Respijtzorg voor ernstig zieke kinderen en jongeren

Type 3 centra voor kortverblijf zijn bedoeld voor ernstig zieke kinderen en jongeren, van 0 t.e.m. 21 jaar. Ook deze centra bieden voornamelijk respijtzorg, met een specifieke omkadering en expertise aangepast aan de doelgroep en hun zorg- en ondersteuningsnoden.

Groepen van assistentiewoningen
Voor de groepen van assistentiewoningen maakt het voorontwerp van decreet vooral een opdrachten explicieter dan in het woonzorgdecreet van 2009. De voornaamste opdracht blijft het aanbieden van een aangepaste woonomgeving, waar ouderen zelfstandig wonen en facultatief gebruik kunnen maken van dienstverlening. Vrije keuze staat daarbij voorop. Crisiszorg, overbruggingszorg en noodoproep zijn drie begrippen die voordien al in de erkenningsnormen zaten van de assistentiewoningen, maar nu decretale verankering vinden. Ook de taken van de woonassistent worden in dit voorontwerp van decreet bepaald: informeren over het zorgaanbod, inzetten op sociale contacten en ontspanning, en verbindingen leggen met de buurt. Wie de rol van de woonassistent opneemt, is niet langer expliciet bepaald. Dit behoort tot de autonome verantwoordelijkheid van de beheerder.

Voor groepen van assistentiewoningen verdwijnt in het voorontwerp van decreet de mogelijkheid tot aanmelding. Enkel erkende groepen van assistentiewoningen mogen nog de naam ‘assistentiewoningen’ gebruiken. De bescherming van de naam moet het makkelijker maken voor de gebruiker om te beoordelen aan welke kwaliteitseisen het zorgaanbod voldoet. Een assistentiewoning is in het voorontwerpdecreet per definitie erkend en voldoet dus aan de bijhorende erkennings- (kwaliteits-)normen. Voor de aangemelde assistentiewoningen worden overgangsmaatregelen bepaald.

Woonzorgcentra
Globaal genomen blijven de opdrachten van het woonzorgcentrum grotendeels zoals we die vandaag ook al kennen: zorg en ondersteuning voor ouderen met complexe zorg- en ondersteuningsnoden, in een aangepast kader, en dat op permanente basis. Het voorontwerpdecreet heeft meer aandacht voor het wonen en leven in het woonzorgcentrum, o.a. via het concept van het woonzorgleefplan voor elke bewoner. Aangezien we vanuit de VVSG al langer timmeren aan het wonen en leven in het woonzorgcentrum, kunnen we deze toegenomen aandacht voor het onderwerp enkel toejuichen.

Een andere belangrijke nieuwigheid is de coördinatiefunctie voor multifunctionele woonzorgcentra. Woonzorgcentra ontplooien, zelf of in samenwerking met andere actoren, naast hun activiteiten als woonzorgcentrum ook een centrum voor kortverblijf, een centrum voor dagverzorging en/of een groep van assistentiewoningen (minstens twee van de drie). Deze woonzorgcentra kunnen een coördinator aanstellen die informatie geeft aan de gebruikers, gebruikers toeleidt naar de juiste zorg en ondersteuning, de opname en doorstroom organiseert, enz.

Volgende stappen
Over dit voorontwerp van decreet geven nu de SAR WGG, de SERV, de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de Vlaamse Ouderenraad en de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer hun advies. Er start ook een traject voor de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten. De VVSG volgt dit nauw op, zeker voor de woonzorgvormen die betrekking hebben op publieke zorgdiensten zoals woonzorgcentra, centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf, diensten gezinszorg, lokale dienstencentra en groepen van assistentiewoningen. Na het doorlopen van de volledige procedure in het Vlaams Parlement en de finale goedkeuring door de Vlaamse Regering wordt de inwerkingtreding van het decreet verwacht voor januari 2019.

De VVSG zal de publieke zorgdiensten ook uitgebreid informeren o.a. via de regionale ondersteuningspunten en de gekende informatiekanalen.

Lees meer over: Nieuws , Voorontwerp , Woonzorgdecreet

Bouwen aan de Zorg partners

ntgrateVerpleeghuiszorg